Rechten en plichten op communicatiegebied

De Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO) en de Wet Cliëntenrechten Zorg (WCZ) regelen de rechten en plichten van behandelaar én patiënt, en is 1 april 1995 in werking getreden. In deze wet wordt onder meer recht van inzage in het eigen medische dossier geregeld. Ook bevat de WGBO een informatieplicht en toestemmingsvereiste. De zorgverlener is verplicht de patiënt naar redelijkheid te informeren en deze toestemming voor een behandeling te vragen (bij kinderen de ouder of voogd). De patiënt is verplicht de zorgaanbieder correct en zo volledig mogelijk te informeren. Een zorgverlener heeft de plicht in levensbedreigende situaties te handelen. Dit betekent niet dat de patiënt zorg kan eisen van zijn behandelaar. In bepaalde gevallen kan de patiënt echter wel zorg weigeren. De informatieplicht betreft de volgende onderwerpen:

  • De aard en het doel van de behandeling: wat houdt de behandeling precies in? Wat denkt de zorgverlener ermee te bereiken?
  • De risico's en de gevolgen van de behandeling: welke complicaties of bijwerkingen kunnen optreden?
  • Eventuele andere behandelingsmogelijkheden: wat zijn daarvan de voor- en nadelen?
  • De vooruitzichten voor de gezondheidstoestand van de cliënt: wat staat hem te wachten?

Er is een nieuwe patiëntenwet in de maak die de WGBO zal gaan vervangen. Vooralsnog is het ‘informed consent’ uit de WGBO overgenomen in het wetsvoorstel Cliëntenrechten zorg.