Status onderwerp / soort gesprek

Brainstormen

Bij een onderwerp of thema waar nog weinig over is gesproken kunnen de meningen in de groep eerst worden gepeild in een brainstormende werkvorm. Neem hiervoor ruim de tijd. Vuistregels zijn er eigenlijk niet maar het is een creatief proces waar mensen tijd voor nodig hebben. Het hangt ook van de werkvorm af. Een eenmalige ronde met briefjes kan in een kwartier. Bespreekt men ook mondeling dan is veel meer tijd nodig. In zogenaamde focusgroepen besteedt men een paar uur of soms een dag aan het (min of meer gestructureerd) verzamelen van ervaringen en meningen. Enkele aandachtpunten hierbij zijn:

  • Geef de deelnemers net voldoende informatie om te kunnen nadenken.

  • Stel de vraag waarover men de deelnemers wil laten nadenken zo ruim mogelijk.

  • Gebruik een werkvorm die veel ruimte geeft voor eigen meningen en gedachten.

  • Men kan beginnen met een schriftelijke inventarisatie, bijvoorbeeld met het individueel opschrijven van ervaringen of meningen op post-its, die laten opplakken en dan clusteren om een eerste indruk te krijgen.

  • Accepteer alles wat de deelnemers inbrengen. Veeg geen enkele mening of gedachte meteen van tafel en vraag ook de andere deelnemers alles te accepteren van elkaar. Ook uitzonderlijke en afwijkende meningen zijn in dit stadium namelijk van belang!

  • Streef naar een brede uitkomst en eindig de bijeenkomst met een prioritering van de uitkomst of kom in een volgende bijeenkomst terug op de uitkomsten van de brainstorm.

Discussie

In een discussie brengt men de argumenten in die een bepaalde uitspraak steunen of juist tegenspreken. Het is ook hier van groot belang dat alle mogelijke argumenten boven tafel komen. Goed luisteren naar elkaar is essentieel.

Een open discussie levert veel op. In stellingen praten levert veel minder op, omdat mensen dan niet de ruimte nemen om open te staan voor argumenten tegen hun stelling. Het gaat er uiteindelijk om dat conclusies en aanbevelingen in een richtlijn op verantwoorde manier tot stand komen, vertrouwen wekken en ook draagvlak krijgen.

De argumenten die worden meegenomen en meegewogen dienen dan ook te komen uit verschillende gebieden: medisch, epidemiologisch, psychologisch, sociaal, ethisch en ook vanuit verschillende perspectieven: patiënten, artsen, andere zorgverleners, e.a. Wanneer de werkgroep breed is samengesteld vergroot men de kans op brede argumentatie.

Besluitvormimg

Men zou vooraf duidelijk moeten maken aan de groep wanneer er sprake is van besluitvorming over een bepaald punt en ook hoe die besluitvorming dan plaatsvindt (zie ook paragraaf 3.1.3.)