Wijze van autoriseren

De betrokken verenigingen dienen zich (mede-) eigenaar te voelen van de richtlijn. Dit is te bevorderen door hen vroeg te betrekken bij de keuze van het richtlijnonderwerp, de prioritering en uitwerking van de uitgangsvragen en hen op verschillende momenten inhoudelijk op de richtlijn te laten reageren. Het is ook aan te bevelen om de verenigingen de finale richtlijn ter autorisatie voor te leggen. De richtlijn kan vanaf dan beschouwd worden als het overeengekomen niveau van verantwoorde zorg voor de beroepsgroep als geheel. In de richtlijnontwikkeling worden knelpunten gezien, die onder meer ontstaan omdat men de indruk heeft dat andere belanghebbenden zoals de Inspectie, zorgverzekeraars, overheid en cliëntenorganisaties de richtlijnen voor andere doeleinden willen gebruiken dan waarvoor richtlijnen in oorsprong zijn bedacht. Men maakt zich zorgen wanneer er bijvoorbeeld een gat bestaat tussen de ideale situatie die in de richtlijn beschreven staat en de werkelijke situatie in de praktijk. Vaak zijn dan voor de implementatie tijd en andere middelen nodig om aan de gewenste situatie invulling te geven. Betrokken verenigingen willen dan eerst zaken regelen voordat zij tot autorisatie overgaan. Een mogelijke oplossing is om de autorisatie van inhoud en implementatie te onderscheiden. Een andere oorzaak voor vertraging in de autorisatie is dat betrokken verenigingen de richtlijn op hun Algemene Ledenvergadering ook inhoudelijk gaan bespreken, waardoor er inhoudelijke voorwaarden aan de autorisatie worden gesteld die eerder in de commentaarfase ingebracht hadden moeten worden.

In een “goed” autorisatieproces weet de richtlijnontwikkelaar te ‘garanderen’ dat hulpverleners uitvoerig commentaar en invloed op de inhoud van de richtlijn konden leveren en dat hier op de juiste wijze mee is omgegaan. Met de verenigingen kan vervolgens worden afgesproken dat in de uiteindelijke autorisatie van richtlijnen het accent ligt op de controle op een correct verlopen proces van richtlijnontwikkeling en niet meer op de inhoud. Belangrijk onderdeel van deze procesbeoordeling is dat de inhoudelijke betrokkenheid van de relevante hulpverleners op een goed is vormgegeven. Tips zijn:

  • Bij elke richtlijnontwikkeling nemen gemandateerde leden van betrokken wetenschappelijke- en beroepsverenigingen deel.
  • In de commentaarfase wordt de conceptrichtlijn voorgelegd aan de betrokken wetenschappelijke- en beroepsverenigingen. Deze formeren een ad hoc werkgroep of een benoemen een commissie van leden van de beroepsvereniging die het bestuur adviseert over - onderbouwde - inhoudelijke aanvullingen en wijzigingen van de conceptrichtlijn. Het bestuur informeert de richtlijnontwikkelaar binnen een tijdsbestek van drie maanden over de commentaren.
  • Er vindt een volledige en transparante consultatie plaats van de conceptrichtlijn, inclusief het zichtbaar maken van commentaren en reacties op commentaren.
  • De autorisatie van de richtlijn vindt plaats door de betrokken beroepsverenigingen die vooraf te kennen hebben gegeven deze richtlijn te (willen) ontwikkelen.
  • In de richtlijn is ook de procedure voor herziening vermeld.