Voorbereidingsfase

In de voorbereidingsfase wordt na selectie van het onderwerp het raamwerk van de richtlijn opgesteld door het onderwerp af te bakenen. De knelpuntenanalyse maakt in de Richtlijn voor Richtlijnen deel uit van de ontwikkelfase, maar deze kennisbank hanteert de Cyclus evidence-based richtlijnontwikkeling (Van Everdingen et al.), waarin deze activiteit tot de voorbereidingsfase behoort.

Activiteiten

Binnen de voorbereidingsfase worden achtereenvolgens de volgende activiteiten verricht:

Vaststellen onderwerp, doel en doelgroep

De keuze van het onderwerp wordt onder andere bepaald door de prevalentie van de aandoening of conditie, de lijdensdruk, de maatschappelijke relevantie en de verwachting dat een richtlijn de kwaliteit van de zorg kan verbeteren. Het onderwerp wordt afgebakend door aan te geven waar de richtlijn wel en waar de richtlijn niet over gaat. Voor een effectieve implementatie moet de doelstelling van de richtlijn duidelijk zijn beschreven en helder zijn voor de doelgroepen. Met de doelgroepen worden zowel de zorgprofessionals als de zorggebruikers bedoeld. Deze worden duidelijk benoemd, zodat zij direct kunnen vaststellen of de richtlijn voor hen relevant is.

Keuze voorzitter en samenstelling werkgroep

Alle primair betrokken beroepsorganisaties kiezen gezamenlijk een onafhankelijke en deskundige voorzitter. Als er een patiënten/cliëntenorganisatie bij het onderwerp van de richtlijn is betrokken, verdient het aanbeveling deze ook te horen bij deze keuze. Het is mogelijk bij het begin van het proces afspraken te maken over het delegeren van verantwoordelijkheden, beslissingsbevoegdheden en taken, bijvoorbeeld aan een ondersteunende organisatie met specifieke expertise op het gebied richtlijnontwikkeling.

Alle primair betrokken beroepsorganisaties worden uitgenodigd om tot de werkgroep toe te treden. Zij bepalen op basis van inhoudelijke overwegingen (knelpuntenanalyse) in samenspraak met de voorzitter welke andere relevante partijen in de werkgroep vertegenwoordigd worden en hoe de balans is tussen de betrokken partijen. Mocht het aantal te groot worden dan kan gedacht worden aan een kerngroep binnen de werkgroep. Het verdient aanbeveling dat alle betrokken beroepsorganisaties de afgevaardigde leden voorzien van een‘mandateringsbrief’. Hierin worden de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en afspraken met betrekking tot terugkoppeling en ruggespraak aangegeven. Als er een patiënten/cliëntenorganisatie bestaat die de gehele doelgroep representeert, wordt deze uitgenodigd om zitting te nemen in de werkgroep.

Knelpuntenanalyse, opstellen uitgangsvragen en onderwerpafbakening

De knelpuntenanalyse richt zich zowel op de inhoud als op de organisatie van zorg. Naast zorgverleners en zorggebruikers kunnen andere relevante partijen benaderd worden voor het aanleveren van knelpunten, bijvoorbeeld de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP), de Nederlandse Vereniging van de Research-georiënteerde Farmaceutische Industrie (Nefarma), Zorgverzekeraars Nederland (ZN), het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Er worden geen partijen bij voorbaat uitgesloten. Methoden die gehanteerd kunnen worden zijn: literatuuronderzoek, vragenlijstonderzoek, focusgroepen en interviews met sleutelfiguren. Getracht wordt om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de problematiek in de praktijk. De inventarisatie van belemmerende factoren voor invoering van de toekomstige richtlijn vormen een onderdeel van de knelpuntenanalyse. De werkgroep is verantwoordelijk voor de analyse en prioritering van de knelpunten.

De uitgangsvragen kunnen onder andere betrekking hebben op etiologie, screening en preventie, diagnostiek, therapie en begeleiding, prognose en follow-up, en organisatie van zorg. Een specifieke uitgangsvraag bevat een omschrijving van de patiënten/cliëntenpopulatie, eventuele interventie en controle-interventie, en uitkomstmaten. Uitkomstmaten kunnen onder andere betrekking hebben op prevalentie/incidentie van klachten, verschijnselen, aandoeningen en risicofactoren, effectiviteit, veiligheid (bijwerkingen en ernstige schade), diagnostische accuratesse, doelmatigheid (kosten, kosteneffectiviteit, budget-impact) en patiënt/ cliënttevredenheid. Uitkomstmaten op het gebied van (maatschappelijk) functioneren (waaronder arbeid) en kwaliteit van leven verdienen extra aandacht. Het (maatschappelijk) functioneren kan in kaart gebracht worden met de International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF). De werkgroep brengt een prioritering aan in de uitgangsvragen en selecteert de meest relevante uit

Vaststellen methode van patiëntenparticipatie

Naast algemene aandacht voor communicatie en bejegening, is de inbreng van specifieke expertise en ervaringen van de zorggebruikersgroep met betrekking tot het onderwerp van de richtlijn noodzakelijk. Er zijn meerdere methoden om deze in te brengen: deelname in de werkgroep, focusgroepen, vragenlijstonderzoek en literatuuronderzoek. Deze kunnen ook gecombineerd worden. Inbreng van de zorggebruikers is vooral gewenst bij de knelpuntenanalyse, het formuleren van uitgangsvragen, het vaststellen van uitkomstmaten, het formuleren van aanbevelingen en in de commentaarfase. Het wordt aanbevolen ten minste twee vertegenwoordigers van de zorggebruikersgroep te betrekken bij de richtlijnontwikkeling. Minimaal één uitgangsvraag wordt aangeleverd door de zorggebruikersgroep. De primair betrokken beroepsorganisaties zien er op toe dat de inbreng vanuit het patiëntenperspectief voldoende aan bod komt. Deze taak kan gedelegeerd worden naar de initiërende organisatie, de voorzitter en naar methodologische experts. In de richtlijn wordt beschreven hoe het patiënten-/cliëntenperspectief vorm heeft gekregen